Blinde vlek & de belastingsector: de Konijneend slaat weer toe door Anna Gunn

De konijneend is een beestje dat er van de ene kant uitziet als een konijn en van de andere kant als een eend. Hoe onwaarschijnlijk dit ook klinkt, de konijneend kan en wordt ingezet om ingewikkelde fiscaliteiten te duiden. Here’s how.

De konijneend werd (volgens het betere Google-werk) aan het einde van de negentiende eeuw ontworpen door ene Joseph Jastrow. Het is geen optische illusie maar een gewoon een afbeelding die je op twee verschillende manier kunt ‘lezen’. De konijneend toont datje met je ogen kijkt, maar óók met je hersenen. De snelheid waarmee iemand beide dieren vindt zegt naar verluidt iets over die persoon. (Wat precies weet ik niet, laten we het erop houden dat de sneldenkers slimmer zijn dan de sloomdenkers.)

Konijneend en het fiscale debat

Het was Jesse Frederiks (De Correspondent) die de metafoor van de ‘konijneend’ introduceerde om aan gewone mensen (niet-fiscalisten) uit te leggen wat fiscale kwalificatieconflicten zijn (bijv. een hybride lening). Omdat dit kennelijk verhelderend werkt, heb ik besloten het huisdier even te lenen voor dit stuk, waarbij het me vooral gaat om het grote verschil dat er bestaat tussen enerzijds het (zelf)beeld dat fiscalisten hebben over de eigen sector, dat meestal vrij positief is, en anderszijds het heel negatieve beeld dat gehouden wordt buiten de belastingwereld (ngo’s, journalistiek, sommige politieke partijen, etc.) De eerste categories noem ik de ‘konijnen’. De twee groep zijn de ‘eenden’.

Daffy Duck en Bugs Bunny: De konijneend wordt gekenmerkt door zijn haat-liefde verhouding. Onduidelijk is trouwens of deze ruzie om een Oscar iets met PwC te maken had. (Ik refereer uiteraard aan de mix-up met de Oscar-uitreiking in 2016.)

Konijnen en eenden bestaan écht!

Als bekend heeft Artikel104.nl geen wetenschappelijke pretenties. Toch was ik aangenaam verrast toen het bestaan van konijnen- en eendenpercepties enige wetenschappelijke grondslag bleek te hebben. Ik doel op een studie van S. Addison en F. Mueller, die onderzoek hebben gedaan naar de retoriek die is ingezet in de context van de parlementaire hoorzittingen die in 2013 plaatst vonden in het Verenigd Koninkrijk door de Public Accounts Committee (PAC).  Addison en Mueller concluderen tot het bestaan van twee verschillende framings die diametraal tegenover elkaar staan. Op hoofdlijnen zien deze frames er als volgt uit.

  • Hodge MP

    De wereld volgens de eenden:
    In de eerste plaats is sprake van een zogeheten ‘aanvallende’ frame (offensive rhetorical framing) dat wordt gebruikt door de leden van de PAC en haar voorzitter. Aan fiscalisten hoef ik niet uit te leggen wat hiermee bedoeld wordt: de strenge blik van Margaret Hodge spreekt boekdelen. Steekwoorden: opportun-istisch, zelfverrijking, machtsmisbruik.

  • Maar de konijnen zien dit:
    Aan de andere kant van het spectrum staat een frame dat een verdedigend karakter heeft (defensive rhetorical framing). Deze frame wordt ingezet door de Big Four zelf en komt erop neer dat het werk van de adviessector niet alle te goeder trouw is, maar ook iets nuttigs bijdraagt aan de samenleving. In Nederland zouden we zeggen: de hoeders van het vestigingsklimaat.

Fundamentele verschillen zijn niet hetzelfde als ‘onjuiste beeldvorming’

Een aardig voorbeeld van aanvallende framing is te vinden in het boek De Belastingparadijs – Waarom niemand hier belasting betaalt behalve u. Dit onaardige citaat gaat over de belastingadviseurs bij grote kantoren die helemaal verkeerd bezig zou zijn:

“Het is een enorme waste of talent bij die accountantskantoren. Slimme mensen die zich met onzin bezig houden, die nuttige dingen hadden kunnen doen. Het zijn parasieten met potentieel een enorm risico voor reputatieschade voor Nederland. Je hoort ze niet, ze houden zich klein. Ze mengen zich niet in de maatschappelijke discussie. Deze sector blijft heel geheimzinnig, hij heeft niemand nodig.”

Het woord ‘parasiet’ heeft een nare bijklank. Schurken met rekenmachines, die zich ophouden in de spelonken van het belastingrecht, waar ze met het geduld van jachtspinnen hun structuren weven en in de tussentijd leven van huidschilfers en voorbij trekkende mieren. Met een mogelijke uitzondering voelen vakgenoten zich hier niet door aangesproken.

Vriendjes worden?

Tegelijkertijd is vanuit de sector wel behoefte aan toenadering met critici. In het voorwoord van het NOB jaarverslag van 2016 schrijft voorzitter Maurice de Kleer bijvoorbeeld:

“[We moeten] werken aan een positief imago van het beroep belastingadviseur. Daarvoor is aanleiding genoeg. De publieke opinie staat niet onverdeeld aan onze kant. In de lopende discussies over belastingontwijking worden we in de pers nogal eens neergezet als handlangers van ondernemingen die erop uit zijn onterecht belastingvoordeel binnen te halen. Die onjuiste beeldvorming proberen we te corrigeren – vandaar onze veelvuldige contacten met andere partijen op het fiscale speelveld.”

Het corrigeren van “onjuiste beeldvorming” dat is “neergezet” door de pers – het klinkt zo vanzelfsprekend. Zonder woorden in de mond van De Kleer te willen leggen moeten we een beetje voorzichtig zijn als het gaan om het ‘rechtzetten’ van ‘verkeerde’ inzichten van anderen. Dit hangt samen met het verhaal van de konijnen en eenden.

Langs elkaar heen praten

‘Echte’ feitelijke onjuistheden (“In Nederland is het statutaire Vpb-tarief 0,005%.”) daargelaten, heb ik de indruk dat sommige ‘onjuiste beeldvorming’ in werkelijkheid het resultaat is van normatieve verschillen in perceptie: iedereen ziet in beginsel hetzelfde, maar de duiding is totaal anders. Om dit inzichtelijk te maken heb ik een OESO-esque ‘mark-up’ gemaakt van een passage uit een rapport van Oxfam Novib uit 2016.

De oorspronkelijke tekst is kritisch richting op de adviessector, de aangepaste tekst juist niet:

“De grote belastingadvieskantoren als EY, PwC en KPMG [oefenen] ongezond veel invloed [uit] op leveren een grote bijdrage aan het Nederlandse belastingbeleid. Er bestaat een grote verwevenheid tussen belastingadvieskantoren, de Nederlandse universitaire wereld en de verschillende adviesorganen, welke het Nederlands belastingbeleid mede vormgeven. Dezelfde kantoren hebben veel multinationals als klant; internationale bedrijven die er alle belang bij hebben dat Nederland een belastingparadijs blijft competitief fiscaal vestigingsklimaat heeft. Belastingadvieskantoren die multinationals in een aantal gevallen aantoonbaar hebben geholpen met belastingontwijking tax planning, zitten ook in belangrijke commissies die de Nederlandse overheid adviseren. Deze belastingadviessector wekt de indruk waarschuwt ervoor dat Nederland als vestigingsland ten onder gaat door te strenge maatregelen tegen belastingontwijking. Zij remmen de belastingwedloop niet af wijzen op de realiteit van belastingconcurrentie, maar en moedigen de overheid juist aan de fiscale concurrentie met andere landen te vergroten serieus te nemen.”

Heeft iemand de waarheid in pacht?

Nu de vraag: Wie heeft er gelijk? Indachtig de konijneend is het antwoord natuurlijk allebei. Dat gaat goed zolang iedereen in de eigen bubbel blijft zitten, maar zodra een groep contact zoekt met de andere kant, ontstaat frictie. Hoeft niet erg te zijn, maar is ook niet per se makkelijk. Fiscalisten hebben nog wel een de onzinnige neiging om te denken dat het fiscaalrecht ‘van’ hen is en dat het konijnenperspectief ‘dus’ de juiste is. Ook dat laatste is onzin, althans er is geen eend die zich erdoor laat overtuigen. Wie (zei iemand NOB?) het eigen imago wil oppoetsen, zal met iets beters moeten komen dan alleen het evangelie van het eigen gelijk. Er moet ruimte zijn voor discussie en de bereidwilligheid om te erkennen dat de eigen insteek misschien niet de juist is. Heeft de adviespraktijk soms een bord voor de kop? Jazeker! Daar moet verandering in komen.

Wegkruipen voor de media

Een serieus maatschappelijk debat aangaan over de belastingsector heeft een aantal dimensies. Een daarvan is die van de media. Binnen de belastingsector bestaat de neiging tot wegkruipen als een journalist op de stoep staat. Laurens Berentsen van het FD vat dit als volgt samen:

“De fiscale wereld was lange tijd afgesloten, en niet gewend aan pottenkijkers. Dat is inmiddels veranderd, maar echte openheid is vaak nog ver te zoeken.”

Het punt van Berentsen komt mij zeer bekend voor. Omdat ik niet gebonden ben aan een advieskantoor en wel iets over fiscale staatssteun weet, wordt ik sinds de Starbucks en Apple onderzoeken van de Europese Commissie met regelmaat gebeld met vragen en verzoeken van – ik bedoel het liefkozend – onze vrienden bij het journaille. Medio 2016 kwam ik langs deze weg in contact met Jos van Dongen, programmamaker bij het nieuwsprogramma Zembla, die sinds 2008 probeert de materie omtrent belastingontwijking te ontsluiten via een reeks documentaires. Hij schreef mij aldus:

“Bij alle programma’s die ik voor Zembla maakte over Nederland belastingparadijs/doorvoerhaven ondervind ik problemen met het vinden van deskundigen. Ik heb de laatste jaren vele fiscalisten gesproken die in de academische wereld werken (vaak hoogleraar) en tevens bij een commercieel kantoor. Vele van deze ‘onafhankelijke’ denkers willen me vaak al niet te woord staan. Het gevolg is dat journalisten noodgedwongen vaak enkel informatie kunnen verzamelen bij de ngo’s die kritisch zijn op de sector en graag journalisten van informatie willen voorzien. Het is erg jammer dat de belastingsector niet opener is. Vaak blijft het bij klagen over de journalist die het niet begrijpt.”

Redenen (smoezen) om geen input te geven aan verslaggevers

In de ideale wereld zou er voor elk belastingrechtelijke item (een artikel, uitzending, etc.) een eloquente fiscalist gevonden kunnen worden die glashelder kan uitleggen hoe de hazen lopen en er ook een beetje appetijtelijk uitziet. Dat deze mensen niet gevonden worden c.q. niet bereid zijn om uitlatingen te doen, heeft verschillende oorzaken van uiteenlopende aard. Een greep uit de selectie:

  • “Het kost me teveel tijd.”
  • “Op tv ben je altijd 10 kilo dikker.”
  • “Ik durf niet want ik ga stotteren en beven van angst.”
  • “Eerdere slechte ervaringen.”
  • “De andere gast is Francis Weyzig van Oxfam Novib.”
  • “De andere gast is Paul Tang (PvdA).”
  • “De andere gast is Thierry Baudet. Dus nee. Gewoon nee.”
  • “Er is informele druk om niet te gaan.”
  • “Bang dat ik nietoveral een antwoord op heb.”
  • “Ik ben bang verkeerd in beeld te komen.”
  • “Loyaliteit richting het vestigingsklimaat!”
  • “Dan zet ik mijn baan op het spel.”
  • “Straks komt Geenstijl achter me aan.”
  • “De interviewer wil me vast in de val lokken.”
  • “Moet te vroeg wakker worden.”
  • “Zie ik eruit als een ezel?”
  • “Het is niet opportuun.”
  • “Het is niet majesteitelijk.”
  • “Mijn klanten verwachten discretie.”
  • “Mijn werk is onverdedigbaar, haha.”
  • “Niemand snapt mij…snif”
  • “Daar krijg ik alleen maar gelazer van.”
  • “Mijn baas heeft het me verboden.”
  • “Wat heb ik eraan?”
  • “Het heeft geen enkele zin.”
  • “Moet toestemming krijg.. o, oeps: momentum is voorbij!”
  • “De perswoordvoerder vindt het geen goed plan.”
  • “Ik durf niet.”
  • “Het afbreukrisico is te groot.”
  • “Ze versimpelen de casus, vakbroeders vinden me stom.”
  • “Ik ben geen klokkenluider!!”
  • “Het is niet loyaal richting mijn werkgever.”
  • “Ik word gezocht wegens een roofoverval in Nicaragua.”
  • “Ik wil gewoon niet.”

Let op: sommige van deze redenen zijn uit het leven gegrepen, andere niet. Er is een prijs voor degene die mij kan vertellen welke tot welke categorie behoren.

Begrijpelijk maar niet goed

Enigszins beschaamd moet ik bekennen dat ook ik tijdens het gesprek met Van Dongen minsten drie maal heb gezegd dat ik off-the-record wilde blijven. Mijn laffe verdediging van de Nederlandse trustsector – die voortkwam uit een soort misplaatste loyaliteit richting de belastingadviessector en neerkwam op de mantra ‘Nederland is écht GEEN belastingparadijs, Nederland is écht GEEN belastingparadijs’ – hoeft niet zo nodig voor het nageslacht te worden vastgelegd.

***

Foto: door Guðmundur Yngvason via Flickr.com – Creative Commons licentie.

About Anna Gunn

Fiscaliste met de specialisaties EU-belastingrecht en fiscale exotica. Geruime praktijkervaring met fiscale staatssteun.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *