Koffiejufproblematiek Een waargebeurd verhaal met Carel Stolker & de Van Amersfoort-bundel

In de Opzij van deze maand een interview met de Leidse rector magnificus, Carel Stolker. De baas van de Universiteit Leiden werd gemeten met de ‘feministische meetlat’ en scoorde een geruststellende 7,5. Toch is er veel werk aan de winkel waar het gaat om de zichtbaarheid/erkenning/kansen (?) van vrouwen in de wetenschap. Eén geemancipeerde rector maakt nog geen zomer.

Kort en goed: 24% van de hoogleraren is vrouw, in vergelijking met 49% van de promovendi en zelfs 60% (!) van de studenten. Ergens in de gang van eerstejaars tot hoogleraar haken disproportioneel veel vrouwen af c.q. blijven hangen in lagere wetenschappelijke functies. Deze scheefgroei heeft meerdere nadelen. Allereerst natuurlijk voor vrouwen zelf, maar ook voor de wetenschap als geheel. Mannen zijn globaal gezien – van Klassieke Talen tot Kernfysica – niet van nature betere wetenschappers. Die 24% wijst daarom op niets minder dan een academische braindrain. Een deel van het vrouwelijk toptalent ruimt de baan voor mannelijke collega’s van – ik durf het bijna niet te zeggen – mindere kwaliteit. Ik weet het, een controversiële statement. Toch ligt het voor de hand dat onder de ontbrekende 26% veel goeds zit. Misschien de volgende Einstein? Of genezer van kanker en AIDS?

Bestuurders willen terecht iets aan de bovenstaande situatie doen, maar de vraag is steeds: Wat? Quota en voorkeursbeleid zijn taboe, en de ‘diversiteitsindustrie’ (zelfhulpboeken, networking events, coaching, mentoring, bewustwordingscampagnes) boekt slechts mondjesmaat succes. (Ik heb hier meer gedachten over, maar die bewaar ik voor een andere gelegenheid.)

Hoe ziet een expert eruit?

Universitair seksisme anno 2017 is vaak moeilijk herkenbaar, zeker als je er (zoals de meeste mannen) niet eerst zelf mee geconfronteerd bent geweest. Het probleem is bovendien subtiel. Wie op zoek gaat naar apert scandaleuze Mad Men-achtige taferelen, komt bedrogen uit. De werkelijkheid is prozaïscher. Zij bestaat vaak uit de culmulatie van allerlei kleine, ogenschijnlijk onschuldige, speldenprikjes die tezamen het effect hebben van genderspecifieke Chinese water torture. Op den duur krijgen de vrouwen er genoeg van en stemmen met de voeten. De druppels kunnen verschillende vormen hebben: van negatieve reacties op zwangerschappen tot niet-worden-uitgenodigd-als-spreker-over-eigen-expertisegebied tot foute ‘grappen’, fysiek en mentaal geweld (vgl. #metoo) en allerlei vormen van negatieve stereotypen. De website van Athena’s Angels geeft van het laatste enkele aansprekende voorbeelden:

“Ik ben UHD en mijn werkkamer is naast die van de (mannelijke) hoogleraar. Twee jonge vrouwelijke studenten: “Are you the professor’s secretary?”. Dat ondanks een naambordje met Dr. bij mijn deur.”

“Ik (vrouw) treed regelmatig op als pro-rector bij promoties – zo ook vandaag. Bij de voorbereidingen komt de copromotor (man) van elders binnen, ziet dat ik een onbekende ben en ik stel mij voor. Voordat ik dat zelf heb gezegd legt de promotor uit: “Zij is de voorzitter”. De copromotor is kennelijk verrast, en reageert met een ‘grapje’: “Fijn dat er een vrouw aanwezig is om te zien of mijn das goed zit. Op het werk letten de secretaresses daar altijd op, maar hier kan dat niet.” (Ik heb geantwoord: “u zult er toch echt zelf voor moeten zorgen”.)”

“Ik ben hoogleraar en vrouw. Ik ga naar een receptie voor hoogleraren en hun partners. Ik ben alleen, mijn man is thuis bij de kinderen. Op de receptie komt een dame naar mij toe. Vriendelijk begroet ze mij. Dan is haar eerste vraag: Vertel: wat doet jouw man? Blijkbaar kan ze zich niet voorstellen dat ik daar als hoogleraar ben, en niet als ‘partner van’…..”

Indien je als wetenschapper of tax professional wordt aangezien voor secretaresse, receptioniste, stenograaf, notulist, cateringmedewerker, schoonmaker, serveerster, toiletdame, office manager, PA of koffiejuf, dan is dat slecht voor het eigen gezag en waarschijnlijk het zelfvertrouwen. Wellicht denkt u nu: “Wat een gezeur. Dit is toch helemaal niet erg?” En inderdaad, op de schaal van gedwongen huwelijken en huiselijk geweld zijn er ergere dingen. Helaas sluit het ene onrecht het andere niet uit (geloof me, als ik FGM kon voorkomen door voor hulpje te spelen, dan was de keuze snel gemaakt). Het argument dat de ondervertegenwoordiging van vrouwen als thema niet legitiem is omdat er ook ander onrecht bestaat, is natuurlijk onzin.

“Ik ben stewardess bij de KLM”

Zelf ben ik zeer gespitst op het koffiejufgevaar. In het begin van mijn loopbaan heb ik mij bezonnen op strategieën om ‘verwarring’ tegen te gaan. In eerste instantie was dat door letterlijk geen koffie in te schenken tijdens meetings. Dat was niet heel sympathiek, dus ik ben ermee opgehouden. Statusverhogende accessoires – een opgerolde FD of een (mannelijke) assistent die alle tassen draagt – schreeuwen daarentegen op de goede manier ‘professional’. O,  mocht je zelf geen enorme auto hebben, laat je dan altijd overal voorrijden door een grote zwarte taxi. (Overigens is de allerbeste remedie nog altijd om waar mogelijk vaktechnische opmerkingen maken, idealiter voor het voorstelrondje.**)

Er zijn ook dingen die de zich profilerende vrouw beter kan nalaten. Sarcasme valt bijvoorbeeld onder deze categorie. Met enige gêne denk ik terug aan de keer dat een oudere heer (een bekende fiscalist) mij na een oratie aansprak met “Ach mevrouw, voor u zal dit heel saai zijn. Wat doet u in dagelijks leven?” en ik zonder nadenken en enigszins geïrriteerd antwoordde: “Ik ben stewardess bij de KLM.” Het is onmogelijk om op een elegante wijze van zoiets terug te komen. Door met een sarcastische reactie te komen, maak je een verwijt richting de gespreksparter die zich – laten we daar vanuit gaan – van geen kwaad bewust is. Sterker, het echte gif is juist dat vrouwen te goeder trouw verkeerd worden ingeschat, als ware het volstrekt logisch dat een vrouw op kantoor een ondersteunde functie zal hebben.

Bundelbijdrage

Nu het verhaal met Carel Stolker. De locatie is een fiscale borrel op de Rechtenfaculteit na afloop van het afscheidssymposium van mr. Paul van Amersfoort. Na de room te hebben ge-worked, was ik op de valreep in gesprek geraakt met twee dames van het secretariaat. Zij hadden, zoals dat meestal gaat, al het werk verzet en stonden naast een grote stapel vriendenbundels die moesten worden uitgedeeld aan de gasten.*** Onverwacht verscheen achter ons de rector magnificus, die attent vroeg: “En hoe vinden jullie dat het gaat?” (iets in die richting). Het klinkt onschuldig – gegeven die 7,5 was het dat ongetwijfeld ook – maar na jaren van feministentraining gingen bij mij de alarmbellen af. Dacht de rector dat ik bij de logistiek hoorde? Lag het koffiejufgevaar op de loer? Zekerheidshalve riep ik snel: “Ja, erg leuk. En heb je de bundel al gezien? IK sta erin met een column!!” Vol enthousiasme haalde ik een exemplaar uit het plastic, het bewijs van mijn literair kunnen. Als een kleuter met een tekening wees ik naar mijn eigen naam in de inhoudsopgave. “Ik zal het als eerste lezen,” zei de rector met een lach, “En vertel, wat doe jij eigenlijk?” Vanzelfsprekend greep ik deze kans om ronduit te vertellen over mijn onderzoek (over het kwantificeren van staatssteun), over waarom mijn proefschrift niet af, de stand van zaken binnen de Leidse afdeling belastingrecht en de vraag wat de universiteit kan doen om beginnende onderzoekers te ondersteunen. (Een exotische bijbaan bleef gelukkig achterwege.)

***

* Percentages zijn afkomstig van Opzij.

** Pas op, timing is alles. Krampachtige scenario’s als: “Mag ik uw jas…” “Een verhoging van het tarief in de innovatiebox is een schande!” kunnen het best vermeden worden.

** * Een vriendenbundel is een verzameling stukjes die door de vrienden van een bijzonder persoon bijeen worden gebracht in een bundel. Een “poëziealbum voor grote mensen”, hoorde ik iemand zeggen (ik weet niet meer wie). Aan Paul van Amersfoort is een liber amicorum aangeboden – Springende punten (Wolters Kluwer, 2017). Ik heb er ook een bijdrage voor geschreven – Picknicken met de oppositie – over de ingewikkelde dialoog tussen fiscale actievoerders en de belastingsector (mijn bijdrage is verkrijgbaar op verzoek). Voor zover ik heb kunnen nagaan was er trouwens nooit een fiscale vriendenbundel voor een vrouw. [Correctie: een lezer wees me op een”bundeltje opstellen (50 blz.)” dat Liesbeth Kasdorp in 2003 ontving. Ik zal eens kijken of ik dit boekje kan opduiken.]

Foto door Momo via Flickr.com onder Creatiev Commons licentie.

About Anna Gunn

Fiscaliste met de specialisaties EU-belastingrecht en fiscale exotica. Geruime praktijkervaring met fiscale staatssteun.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *