Dubbele petten: Waar zijn de vrouwen? Volkskrant artikel d.d. 21 mei 2016

Op 21 mei 2016 verscheen een artikel in de Volkskrant onder de titel ‘Belastingprofessoren zelden volledig onafhankelijk’. De strekking van het stuk laat zich raden: de Volkskrant heeft petten geturfd en is tot de conclusie gekomen dat driekwart van de hoogleraren bij een advieskantoor werkt en dus niet onafhankelijk is. Citaten van SP Kamerlid Merkies en van Oxfam Novib onderstrepen wat we al langer wisten: dubbele petten in de belastingrechtswetenschap is een aanhoudend maatschappelijk probleem.

Recentelijk publiceerde ik mijn observaties over de thematiek van de dubbele pet, dus hier geen herhaling van zetten. Wel vraag ik kort de aandacht voor een iets dat duidelijk naar voren komt uit het Volkskrant artikel, te weten de afwezigheid van vrouwen in de “dubbele pettenlijst”.* Sterker nog, de enige vrouwelijke hoogleraar die genoemd wordt door de Volkskrant – Prof. dr. Anouk Bollen-Vandenboorn van Maastricht University – heeft inmiddels rectificatie aangevraagd bij de krant omdat zij juist géén dubbele pet heeft. Zij is daarmee een van de weinige onafhankelijke hoogleraren. Hoe ze op de lijst is terecht gekomen is mij een raadsel.

Gebrek aan diversiteit is minstens even schadelijk als dubbele petten.

Terug naar mijn eigenlijke thema: geen (dames)hoeden tussen de (heren)petten. De vraag rijst: hoe kan dit? Zijn vrouwen zoveel onafhankelijker dan mannen? Zoveel principiëler? Zoveel beter? Nee, helaas is dat niet de verklaring. De bevindingen van de Volkskrant zijn symptomatisch van een wijder probleem, namelijk de zeer sterke ondervertegenwoordiging van vrouwen aan de top van de Nederlandse fiscaliteit. Zonder de discussie over dubbele petten verder te willen compliceren, het gebrek aan Diversity is in dit kader absoluut relevant. Een meer diverse invulling van het wetenschappelijk bestand zou de onafhankelijkheid en balans in de sector goed doen. Diversiteit is een probaat middel om tunnelvisie – een van de belangrijkste problemen die samenhangen met het fenomeen van de dubbele petten – te voorkomen. Deze constatering is niet nieuw. Een groep met verschillende achtergronden en perspectieven zal doorgaans betere afwegingen en analyses kunnen maken dan een groep die alleen bestaat uit – ik noem maar eens wat – welgestelde mannen, die werkzaam zijn binnen een bepaald deel van de fiscaliteit (meer specifiek: het belastingadvieswezen).

Een goede afspiegeling van ideeën is belangrijker dan het aantal petten.

Het feit dat iemand een dubbele pet heeft, vind ik op zichzelf bezien niet heel interessant. Belangrijker is de vraag of de wetenschap als geheel voldoende robuust is om de fiscale thematiek steeds op een evenwichtige wijze te kunnen behandelen. Het is een misvatting dat “neutraliteit” alleen bereikt kan worden als alle wetenschappelijke medewerkers ten aanzien van elk denkbaar onderwerp 100% “neutraal” zijn. Zoiets kan niet, maar – more to the point – het hoeft ook niet. Eigen aan de (sociale) wetenschap is dat zij het product is van een heleboel, soms tegenstrijdige, stemmen die als het goed is alle aspecten van een bepaalde thema belichten. De waarheid ligt meestal in het midden. Met dit in het achterhoofd, is duidelijk dat de personele samenstelling van de belastingwetenschap van belang is. Hoe ga je er anders voor zorgen dat alle “perspectieven” aan de orde komen? Het ligt voor de hand dat mensen met verschillende achtergrond tezamen een bredere kijk hebben op problemen en actuele ontwikkelingen dan een homogene groep. Omgekeerd geldt dat een zeer diverse groep – jong/oud, allochtoon/autochtoon, man/vrouw en met uiteenlopende academische achtergronden – evengoed vatbaar is voor tunnelvisie op het moment dat iedereen een identieke (fiscale) levensvisie heeft.

Is personele diversiteit strikt noodzakelijk voor een robuust academisch discours? Op basis van mij eigen ervaringen kan ik met zekerheid zeggen: het antwoord is “ja”. Hiermee zeg ik niet dat een individuele dubbelpetter niets kan ondernemen tegen eenzijdigheid (zie hier voor enkele voorstellen). Sterker nog, een goede wetenschapper zal altijd oog hebben voor tegenargumenten en nieuwe perspectieven. Wat ik wel constateer, is dat op groepsniveau een vakgebied wel degelijk gebaat is bij voldoende “natuurlijke” tegenspraak (dus: andere wetenschappers die andere posities verdedigen i.p.v. wetenschappers die zelf Advocaat van de Duivel moeten spelen omdat er geen tegenreactie komt). Zo bezien is diversiteit geen nice to have, maar van wezenlijk belang met het oog op de kwaliteit van de Nederlandse fiscale wetenschap.

***

* Afgaand op de namen zou ik zeggen dat hetzelfde geldt voor niet-autochtone fiscalisten, maar daar houd ik even een slag om de arm. Hoewel dit artikel de nadruk legt op de positie van vrouwen, geldt mutatis mutandis voor andere ondervertegenwoordigde groepen.

***
Lezersreactie

Op 23 mei 2016 ontving ik de onderstaande reactie van Angeni Atwaroe. Zij belicht op basis van persoonlijke ervaringen een aspect van de diversiteitsdiscussie. Naar aanleiding van deze en andere reacties overweeg ik om een informele brainstormmiddag (ronde tafel) te plannen, om op basis van stellingen de pettenthematiek te onderzoeken. Mijn idee is om een diverse groep (fiscalisten/niet-fiscalisten) bijeen te brengen, en om dan na te denken over de materie. Mocht je interesse hebben, laat even weten: anna@artikel104.nl.

Women (not) on Top 

IMG_20151213_212322Spijtig om te zeggen maar zoals Anna Gunn in haar reactie op het artikel in de Volkskrant van 21 mei j.l. terecht benadrukte; “Waar zijn de vrouwen?” 

Mijn eerste reactie was als volgt: die werken zich een slag in de rondte, proberen alle ballen zowel zakelijk als privé in de lucht te houden. Maar ik ga liever niet af op cijfers, soms neem ik de proef op de som en ga ik eens naar een fiscale bijeenkomst en wat blijkt de vrouwen zijn op een hand te tellen. Je kunt gewoon stoppen bij vijf want meer is er niet. Daar komt nog bij dat ik vaak ook nog eens de enige met een kleurtje ben. 

Ik kan me herinneren dat ik tijdens een NOB-congres fel tegen Heleen Mees in ging omdat zij meer vrouwen aan de top wilde hebben punt! Ik sprong op en zei dat ik graag beoordeeld wilde worden op mijn capaciteiten en geen positieve discriminatie tolereerde. Tijdens de borrel tikte een manager van de Belastingdienst mij aan en vertelde mij dat dit wel echt een groot probleem is in Nederland en dat wij achter lopen op de ons omringende landen op dit vlak. Zijn collega, een vrouw van niet-autochtone afkomst werd onlangs gepasseerd bij een promotie terwijl zij de juiste capaciteiten bezat. Men koos voor een autochtone man van middelbare leeftijd. Lastige zaken…

Treuriger vind ik het wanneer ik kijk naar het aanbod van Female Leadership Programs in Nederland. “Women on top” is een leuk streven maar dan moeten die vrouwen wel in hun “drive” worden ondersteund. Googlend kom ik uit bij welgeteld 1 universiteit die dit aanbiedt in ons land, het RSM. Hoger staan aangeschreven de programma’s bij Stanford en Harvard. Rest mij de vraag (waar iedereen nog even op kan kauwen); “Moeten al die hoogopgeleide vrouwen mét ambitie nu naar het buitenland om hun “skills” verder te ontwikkelen?!”  

Angeni Atwaroe is fiscaal-juriste, procesvertegenwoordiger, bevlogen scriptiebegeleider‎ met een passie voor schrijven (columns, blogs, artikelen) en sinds kort ook voor debatten.

Foto door Véronica Bautista via Flickr.com (Creative Commons, licentie).

About Anna Gunn

Fiscaliste met de specialisaties EU-belastingrecht en fiscale exotica. Geruime praktijkervaring met fiscale staatssteun.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *