Gebrek aan balans bij “dividendnummer” WFR Weekblad Fiscaal Recht levert onverwacht eenzijdige bijdrage aan dividenddebat

Elke donderdagmiddag valt in menig fiscalistenhuis het Weekblad Fiscaal Recht (WFR) op de mat. Huize Gunn is geen uitzondering. Hoewel de keuze voor fiscale vakliteratuur meer dan ruim is, heeft het Weekblad (want zo noemen we het liefkozend) een bijzondere plek. Naast overzichtsartikelen en praktijkproblemen, wordt een stevige bijdrage geleverd aan de meningsvorming binnen én buiten belastingland. Niet voor niets is het Weekblad het enige fiscale vakblad dat met regelmaat de krant haalt.

Het hoeft nauwelijks gezegd te worden dat fiscalisten een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan het publieke debat over het belastingrecht. Zonder onze specialistische praktijkkennis ontspoort het denken over belastingen al snel. Hoewel er al jaren sprake is van algemene (highlevel) kritiek op m.n. multinationals, dringen de specifieke subthema’s – rulings, zwarte lijsten, de realiteit van de belastinglobby (Shell, Unilever) – nu pas echt door. Als er ooit een moment was waarop fiscalisten zich zouden moeten roeren, is het nu.

Tegen deze achtergrond was ik onaangenaam verrast toen het Weekblad enkele weken geleden hoofdzakelijk bleek te bestaan uit drie op elkaar afgestemde artikelen die pleitten tegen eenieders favoriete bronheffing.* Het “dividendnummer” – zo wordt editie 7253 inmiddels genoemd –  besteedt geen aandacht aan de andere kant van de discussie. Een doorwrochte analyse van de vaktechnische en economische gronden voor het behoud van de dividendbelasting ontbreekt. Ergens in één van de voetnoten lezen we hierover:

“De discussie over de ingrijpende aanpassing van de dividendbelasting, zoals voorgesteld in het regeerakkoord, wordt tot nu toe erg eenzijdig gevoerd. Daarom worden in een drieluik vanuit op elkaar afgestemde, verschillende invalshoeken, argumenten naar voren gebracht voor de voorgenomen ingrijpende aanpassing van de dividendbelasting. De auteurs beogen hiermee bij te dragen aan een meer evenwichtige discussie over dit onderdeel van het regeerakkoord.”

Arrogantie

Met het oog op de balans heeft de redactie ervoor gekozen slechts één kant van de dividenddiscussie te belichten. Dit heeft mij zacht gezegd verbaasd. Een aflevering met uitsluitend stukken vóór de heffing, is echt ondenkbaar – veels te gekleurd! De premisse achter het dividendnummer is echter dat het debat tot nu toe “erg eenzijdig” gevoerd is, en dus – ik vul het even in – moet worden “rechtgetrokken”. Dit suggereert dat de argumenten voor het behoud van de belasting dermate helder en voldragen zijn dat er geen nadere aandacht aan hoeft te worden besteed. Deze assumptie is echter onjuist. Ook het pleidooi voor behoud is nog omgeven door onzekerheid en twijfel. Afschaffen is geen kwestie van “gezond verstand” zoals de auteur van het stuk Afschaffing dividendbelasting: dringend gewenst stelt. (Dat hij de roep om overtuigend bewijs van het nut van afschaffing omschrijft als “niet eerder vertoond en onzinnig” geeft trouwens ook te denken, maar dat terzijde.)

Het is waar dat de geluiden voor behoud van de dividendbelasting veel ruimte kregen in het publieke domein. Maar dit wil niet zeggen dat deze argumenten vanuit technisch optiek “dus” afdoende onderzocht zijn. Sterker nog, één van de belangrijke kritiekpunten op ngo’s en journalisten is dat zij het belastingrecht slecht begrijpen (wat overigens niet betekent dat hun standpunten a priori onhoudbaar zijn). Het zou geen overbodige luxe zijn als enkele hoogleraren (desnoods in de rol van Advocaat van de Duivel) hun best deden om ook dit perspectief van een wetenschappelijke onderbouwing te voorzien.

Dat zou de lezer in de gelegenheid stellen om zélf een afweging te maken – iets was nu niet goed kan. Dat afschaffing positief is voor hoofdkantoren, geloven we wel; de echte vraag is of dit het jaarlijkse prijskaartje van EUR 1 miljard waard is (eigenlijk meer, maar na negen nullen houd ik altijd op met tellen). Dat is een normatieve kwestie, die in de publieke arena moet worden opgelost.

Een kwestie van “balans” (maar wat is dat?)

De fiscalisten die “in hun diepste vezels” menen dat de dividendbelasting weg moet, zijn in mijn kennissenkring echt op een hand te tellen. Verreweg de meeste vakbroeders, ook de rechtse, verkeren inmiddels in opperste verwarring. Het is geen gegeven dat een fiscalist per definitie tegen de dividendbelasting is. Wat ik nog het meest hoor, is de vraag of die EUR 1 miljard+ niet beter kan worden ingezet, bijvoorbeeld als een (additionele) verlaging van de Vpb/IB-tarieven voor het MKB/ZZP. De Wet op de dividendbelasting 1965 is niet mijn sterkste punt, om over economische kennis maar te zwijgen. Als abonnee van het Weekblad had ik juist daarom ook deze andere aspecten belicht willen zien, graag prominent in hetzelfde nummer.

Volledigheidshalve: ik vind niet dat “balans” per se betekent dat een artikel of medium onder alle omstandigheden alle denkbare argumenten moet noemen bij een bepaalde stelling. Zo kan een medium als Artikel104.nl best een progressief redactioneel beleid voeren, zonder meteen als “ongebalanceerd” te worden weggezet. Wij vertolken een duidelijk fiscaal-ethisch wereldbeeld en zijn daar open in. Bij het WFR ligt dit evenwel anders.  Dat blad heeft in de praktijk een bredere rol, namelijk als platform voor het hele fiscale discours en als thuishaven voor allerlei verschillende auteurs.  Het blad speelt een wezenlijke rol in de fiscale gedachtenvorming in dit land. “Want als één fiscale bron zich een klassiek referentiepunt mag noemen, dan is het wel Weekblad Fiscaal Recht,” aldus uitgever Wolters Kluwer. Op dit moment kan het Weekblad niet volstaan met het belichten van slechts één kant van het verhaal.

Tot slot

De samenstelling van het Weekblad behoort tot de vrijheid én verantwoordelijkheid van de redactie. Juist de afgelopen maanden was het WFR het strijdtoneel van meerdere korte polemiekjes, en ik wil geen grote conclusies verbinden aan een enkele aflevering van het blad.** Dit is niet de eerste keer dat aspecten van de dividenddiscussie aan de orde kwamen. Er is bovendien een reële kans dat er ergens binnen de fiscale gemeenschap reacties (zgh. “tegenartikelen”) in de maak zijn, die ongetwijfeld zullen worden opgenomen als de kwaliteit ervan voldoende is. Ik heb daarom geaarzeld om  aandacht te vragen voor het dividendnummer; is het wel terecht? Reden om het wel te doen, is de statuur van het Weekblad in combinatie met het belang van een evenwichtige publieke discussie en het feit dat het WFR die discussie voedt. Er rijzen, meer in het algemeen, interessante vragen over de rol van de fiscale vakliteratuur en de wijze waarop wij kunnen bijdragen aan een kwalitatief hoogwaardige publiek debat. “Hoe kan de fiscaliteit het best bijdragen aan een evenwichtig debat?” is wellicht een leuk onderwerp voor de Tegenspraak-rubriek.

***

* Het gaat om de volgende stukken: Afschaffing van de dividendbelasting: dringend gewenst (prof. dr. Bellingwout); De afschaffing van de dividendbelasting in fiscaal-juridisch perspectief (prof. dr. Potgens en mr. Sleurink); en Schaf de dividendbelasting af (prof. dr. Beetsma en dr. Lorie) (resp. WFR 2018/162-164 van 13 september 2018). 

** Daarnaast wil ik wijzen op de rubriek ‘Tegenspraak’ alwaar twee kanten van een bepaalde zaak bij gelegenheid belicht worden. Ik wil niet de indruk wekken dat de redactie geen podium biedt voor tegengeluid. Ook bij het dividendnummer is een expliciete afweging gemaakt m.b.t. balans. De uitkomst van die afweging was m.i. en in dit geval niet zo gelukkig.

Lopende 1 oktober 2018 waren er wat aanpassingen in dit stuk. Het betreft verduidelijking + “vermildering”.

About Anna Gunn

Fiscaliste met de specialisaties EU-belastingrecht en fiscale exotica. Geruime praktijkervaring met fiscale staatssteun.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *